Homepagina
Verhalen
van Dordrecht
Kaart
Verhalen
van Dordrecht
 
De Essenhof
 

in iedere tuin was vroeger een ruimte
voor gasten en mensen van verre
een shelter om paarden te laven
te koken en schuilen voor eigen gemoed

nu hing er was blauwe handdoeken
eenvoudig Hollandse taferelen
van een buiten gebruik zijnde loggia

in iedere tuin was vroeger ruimte
houtsnijwerk is de stille getuige
vers in de lak gezet hout met een krul

een beeld uit een vorige eeuw
ontworpen door een handwerksman
sprak de directeur en strooide opnieuw as
hij rookte, glimlachte en zei droog
iedereen gaat toch eens dood

De wandeling heette ‘dood gaan we allemaal’ en weer denk ik terug naar die avond van 31 mei (2005). “Wie bent U?” vroegen mensen me, terwijl we over De Essenhof - de begraafplaats in Dordrecht - liepen. In de door Peter Westenberg uitgezette route waren er zeven plaatsen waar ik poëzie deelde met deelnemers aan deze speciale avond. Ik bloosde, warm en ook enigszins geraakt door de kriebels in mijn buik, geraakt door de ondergaande zon en de gehele sfeer. En überhaupt het feit dat ik daar op die voor mij ook speciale dag daar en juist op die plaats poëzie van uit mijn ziel geboren voordroeg.
Ik schrijf dit nu en zie me in gedachten weer lopen. Door het hek gaan en de zon in de gracht te zien schijnen. Het lijkt net gisteren maar het is nu 5 september. Vandaag is ook een speciale dag. De dag waarop we om een uur 's middags in 1973 een broer verloren, aan de trein die langs de begraafplaats loopt.
Hoe kan een spoor de dood in één klap bij de kladden pakken?
Ik liep er over te denken, opnieuw, en voelde die beelden weer boven komen. Maar dit keer met een gevoel van: het is goed, als een soort 'groetje meis, ik ben je nabij'.



Voor hen die blijven

voor de enkelen die houden van
hielden van en mochten delen
een postzegel nog waard
de deur kenden laat ik weten
er rookte een kachel vol kolen

er was hout een mand wijn
een doorgang in de tuin

krukken mogen geschonken
aan een willekeurig kruis
rest mijn jas geen punt

en ieder jaar zal ik denken
waar de distel naast magnolia
uitzicht op een bank gaf
dat slechts een waaier ontbrak
en ieder jaar zal ik denken
vader me zal vangen
als veer draag ik nu te zwaar

onder mijn oksel een tas
in water nu de nacht kijkt
in mijn kassen vol vloed

koorts me adem beneemt
geen ijs op zee dat zal schelen
er is tijd en tijd in tijdloosheid

Annemieke Steenbergen

van verre
Hollandse taferelen
houtsnijwerk
handwerksman
dood
De Essenhof
Dordrecht
Peter Westenberg
poëzie
poëzie
postzegel
kolen
ieder jaar
distel
magnolia
Annemieke Steenbergen